Met zijn vieren in de auto naar het dorpje Stroe. Net als je denkt dat je de wereld afrijdt, staat er een man met een hesje die je een parkeerplaatsje wijst in het bos. Er blijken nog veel meer mensen te zijn. We stappen binnen in de eetzaal van het militair tehuis, die is omgetoverd tot herberg uit het jaar 0. Romeinse soldaten laten ons binnen, we tonen onze toegangskaarten aan een poortwachter, vrouwen in lange jurken schenken muntthee voor ons in en op de tafels staan schalen met brood, olijfolie om het in te dopen en olijven. Het wachten is op het afroepen van ons groepsnummer, en dan vertrekken we met een bus naar een plek in het bos. Als we worden afgezet en de bus vertrekt, is het donker. Aardedonker.
Hoog boven ons pinkelen de sterren, en als onze ogen wat gewend zijn, zoeken we onze weg achter de groep aan. Ineens staan daar twee standbeelden, links en recht van het pad, met brandende fakkels in hun hand. Zijn het echt standbeelden, of toch meisjes met witte jurken en bloemenkransen? Wij steken onze fakkels aan en lopen verder. Bij een boerderij zingt een vrouw naast een piano een prachtig kerstlied. We blijven staan en vervolgen na de laatste tonen direct onze weg door de modder, over schrikdraad, naar een pad. De fakkels zijn allemaal weer uitgewaaid, het is weer aardedonker.
Dan zien we Maria, die de vloer aan het vegen is. De engel Gabriël danst om haar heen, en als ze hem ziet, schrikt ze. De boodschap gehoord hebbend, geeft ze zich over aan wat God met haar wil. Even later zien we haar met een kind, en met Jozef. De herders, veel enthousiaste schapen en de wijzen komen aanbidden.
We ploeteren weer verder door de modder. Iemand heeft vuur, steekt zijn fakkel aan en het licht wordt aan elkaar doorgegeven. Zo gaat het verder, urenlang, door bergen, dalen, paden vol modder en onverwachte kuilen. Maar de tijd is niet van belang, we leven in de jaren 0 tot ongeveer 33. In een striemende regenbui doemt ineens een bedoeïenentent op, waar we warm onthaald worden met chocomel en koekjes. En warmte, om even op te kunnen drogen. Heerlijk.
Dan weer verder, door de donkere nacht. Onderweg zien we melaatsen, die smeken om een aalmoes. Wat later worden we ineens door een roversbende overvallen. Plotseling staan we bij een heuvel met drie kruisen. Eén is nog leeg. Een man komt aanstrompelen met een balk op zijn rug. Hij valt neer. Mensen staan langs de heuvel te schreeuwen "Kruisig hem!". De balk wordt aan de staander bevestigd en de man wordt met doordringende hamerslagen aan zijn handen vastgetimmerd. Gezichten zien we niet: de mannen hangen met hun ruggen naar ons toe. Achter het middelste kruis schijnt een wit licht. Op het moment dat de laatste hamerslag weerklinkt, steekt de wind op die onze fakkels uitblaast. Huiveringwekkend.
In stilte lopen we verder, over een open plek waar kaarsjes langs het pad ons de weg wijzen. Dan komen we in een beeldentuin terecht, waar de beelden fluisteren als we tussen hen door lopen. "Wie is Hij toch?". De beelden komen van hun voetstuk en helpen mee de man in zijn graf te leggen.. en juichen mee als hij verrijst! We eindigen met vlaggen en dans, en de verklaring dat Gods koninkrijk in ons midden is.
We besluiten de avond met Glühwein en chocolademelk en komen tegen middernacht thuis, vele indrukwekkende ervaringen rijker. Een goed begin van de weg naar Kerst.
(Kerstevent 2007, wandeltheater met 400 medewerkers en 1600 bezoekers op twee avonden)