Iedereen is op zoek naar rust. En iedereen is druk.
Ziet nou niemand hoezeer dit met elkaar in tegenspraak is?
We mediteren, doen aan yoga, lezen boeken over ‘rust in mijn hoofd’, rennen naar allerlei cursussen om nieuwe rust-krijg-technieken te leren, bouwen gebedsruimtes en hebben vervolgens geen tijd om de nieuwe technieken toe te passen of om in die gebedsruimte te gaan zitten om tot rust te komen.
Valt je niet op in voorgaande zin dat de wereldse en de christelijke manier van doen niet eens zo ver uiteenlopen? We zijn állemaal geïnfecteerd door het westerse denken van méér: meer hebben, meer doen, meer activiteiten. En eerlijk gezegd: ik zie het ook in onze gemeente terug. De ‘doeners’ staan het meest in the picture, hun namen en gezichten zijn bekend, zij worden bewonderd. Zij die in stilte zich elke dag tot God wenden in gebed, zij die in stilte bij een ziek gemeentelid op bezoek gaan of bij iemand die een beetje in de put zit en níets meer doet, ja die… die hoor je niet, ken je niet. De gemeente als gezin: ja, maar dan wel een gezin waar de drukke, extraverte kinderen het meest aandacht krijgen. Ik voel meer voor het beeld van de gemeente als een lichaam: waar de hand niet tegen de maag kan zeggen “ik heb jou niet nodig”, en andersom ook niet.
Zelf laat ik me soms ook nog meezuigen in de maalstroom. Het was een wijs besluit om in de voorjaarsvakantie een last-minute midweek met de kinderen in een huisje aan zee te gaan bivakkeren. Maar schokkend dat ik anderhalve dag (!) nodig had om tot een gevoel van ontspanning te komen. En dat ik bij thuiskomst – na slechts vijf dagen dus – 189 mails binnenhaalde.
Moeten we dan maar helemaal niks gaan zitten doen, en de hele dag mediteren? Nee, uiteraard niet.
Voor mij werkt het om mijn eigen prioriteiten te stellen. In overleg met mijn Schepper en met mijn man, maar niet in overleg met jan en alleman. Als ik een kringavond afzeg omdat ik de verjaardag van mijn moeder wil vieren, trek ik me niets aan van een opmerking van een van de kringleden dat ik m’n prioriteiten eens moet stellen. Wat?! Dat dóe ik juist, alleen zijn het niet de jóuwe.
Voor mij werkt het om op scharnierpunten van de tijd contact met God te zoeken in een kort gebed. Doordat ik huishouden, zorg voor kinderen, zorg voor eten, boodschappen, studie, kring, zingen en marriage course combineer, heb ik veel van die scharniermomenten. Tijd om even m’n voorafgaande bezigheid af te ronden en los te laten, en me te richten op de volgende. Ik gebruik soms het volgende gebed van broeder Laurentius:
Mijn God, omdat U bij me bent en omdat het uw wil is dat ik mijn gedachten op deze uiterlijke dingen richt, bid ik dat U me de genade wilt geven om bij U te blijven en het contact met U te bewaren. Maar dan wel zo dat mijn werk er beter door wordt. Heer, werk met mij mee, ontvang mijn werk en beschik over al mijn gevoelens.
Voor mij werkt het om steeds weer stil te staan bij de genade van God, die mij uitnodigt om te rusten in Hem, in plaats van goede werken te doen om zijn liefde te verdienen.
You have to listen quietly… anders kan je die zachte stem niet eens hóren.