Bloggen

17 07 2008

Een mede-blogger stopt. En niet zomaar één, maar degene die me op het idee bracht om te gaan bloggen. Eén van de eerste keren dat we elkaar ontmoetten zei hij: jij blogt dan zeker ook wel? Nee dus, en ik vond het ook onzin om dat te gaan doen. Maar twee jaar geleden leek het me ineens tóch zinvol -of eigenlijk gewoon leuk- om een weblog over de verbouwing op te zetten. Inmiddels gaat het meer over de verbouwing in de geest dan in ons huis, maar goed: je kan niet altijd in de fysieke rommel blijven zitten…

Ik begrijp zijn overwegingen. Bloggen werkt verslavend. Heel internet werkt verslavend trouwens. Jaren geleden begon ik met MSN’en en haalde daarmee soms nachtenlang door, met de meest diepzinnige gesprekken overigens. De emaillijsten en de gewone emails houden me ook aardig in de weer, en steeds opnieuw moet je daar weer een modus in zoeken. En wat is de internetwereld nu eigenlijk? Vroeger zaten we op de stoep met de buurvrouw te kletsen, tegenwoordig zitten we apart, binnen, achter de computer.

We gaan naar een eenvoudige camping, met vreemd genoeg wél gratis Wifi. We hebben besloten desondanks geen computer mee te nemen, want dat ‘zuigt’ alleen maar weer. Rust en stilte – niet alleen die drie weken, maar ook elke dag. De sabbatsrust is niet alleen voor één dag per week, maar de rust die je elk moment van de dag kunt binnengaan. Super.

Nog meer begrijp ik zijn overweging wat je allemaal van het centraal zetten van Jezus af kan houden. Bloggen is daar een risicofactor, net als het lezen van (zelfs goede) boeken, of lekker eten, of sport. Reden om af en toe een periode van mediavasten in te lassen; misschien daarover later meer.

Bedankt voor je inbreng in blogland, Jan. Ik zal je aanwezigheid in de virtuele wereld missen!





23 06 2008

Zondagmorgen

grote woorden zongen we
over hemel en gouden straten
en als je lijdt
dat het maar voor even is
ik zag jou

je rolstoel
neksteun
zuurstofapparaat
helper naast je
zodat je niet stikken zou

grote woorden zong ik
over lijden voor even
en nooit meer rouw
ik keek je aan
die woorden zong jij

ik zweeg

tranen kunnen niet zingen





Marriage Course (slot)

14 06 2008

Ja, je leest het goed: slot. Vanavond hebben we de laatste les van de Marriage Course gegeven. Niet alleen van deze groep, maar we stoppen er écht mee. 28 avonden, 4 groepen, 32 echtparen, 64 cursisten, 4 koks, 4 cursusleiders… het is voorbij voor ons.

Waarom? Nou… omdat W.&N. er mee stoppen, en het daardoor tóch nooit meer hetzelfde zou zijn. Omdat we komend seizoen wel even iets anders aan onze fiets hebben hangen (proberen propedeuse te halen!?). Omdat je je erop verkijkt hoe ongelooflijk veel uren er in zo’n cursus gaan zitten. Omdat we wel weer eens wat nieuws willen gaan doen. En gelukkig staan er al vier opvolgers te wachten, zodat we de wachtlijst netjes kunnen indelen in een volgende cursus.

Maar het doet toch een beetje pijn. Geen brandende, snijdende pijn, maar zo’n zeurend melancholiek gevoel. Nooit meer haasten op vrijdag- of zaterdagmiddag. Nooit meer leuke citaten in klemmetjes op tafel zetten, de waterkannen vullen, een themabloem neerzetten. Nooit meer servetten in een originele vorm proberen te vouwen. Nooit meer een peterselieblaadje op een schepje aardappels schikken, of griekse yoghurt in de soep laten zakken. Nooit meer een mobieltje achter de keukenplint vandaan vissen, nooit meer het gasfornuis brandschoon achterlaten, nooit meer chocoladesaus uit ********** (censuur), nooit meer caramel van het granieten aanrecht afbikken. Nooit meer een groep open, leergierige cursisten, nooit meer klungelen met de dvd-speler en de beamer.
Nou ja - die laatste zin misschien ooit nog wel weer in ander verband.
Nooit meer koffiedrinken met W.& N. tussen de voorbereidingen door, nooit meer de kinderen de hele avond op hun bank parkeren met filmpjes, nooit meer achteraf de boel opruimen en evalueren terwijl we keihard zingen, nooit meer servetten en kleedjes wassen en strijken…
ja, we zullen het missen!





Studie-update

12 05 2008

Hoe het met mijn studie gaat, wordt me van diverse kanten gevraagd. Nou, het antwoord: best goed. [studie = hbo-theologie, opleiding Godsdienst Pastoraal Werker, vrijdagopleiding aan de CHE in Ede in samenwerking met de ETF te Leuven]
Het eerste jaar zou ik gaan gebruiken om te bezien of de opleiding is wat ik er ongeveer van verwachtte en of het bij me past, én natuurlijk om te zien of het te combineren valt met een gezin, werk, vrijwilligerswerk, sociaal leven. Tot op heden gaat dat combineren aardig, en de opleiding vind ik interessant. Het begin van het jaar was echt veel gemakkelijker dan verwacht, vooral omdat een heel aantal boeken en readers niet op tijd beschikbaar was: we konden gewoon niets voorbereiden. Inmiddels is dat veranderd, er valt genoeg te doen.
Voor PAV (pastoraal agogische vaardigheden) hebben we het eerste deel van het verslag al ingeleverd, dit heb ik teruggekregen met een ‘goed’ als beoordeling. Op die toer verder voor de tweede helft dus.
Voor Inleiding OT-1 hebben we een schrijfopdracht gemaakt, vond ik echt superleuk om te doen. ‘k Heb zelfs de lofzang van Hannah (uit 1 Samuël 2) in een sonnetvorm gegoten, en zo maakte ik voor het eerst in m’n leven een sonnet. Deze opdracht leverde me een 9 op.
A.s. vrijdag hebben we de eerste twee uur tentamen Inleiding Godsdienstwetenschappen. Niet fijn dat het vrijwel direct na de meivakantie is: twee weken lang kinderen om me heen leert echt minder gemakkelijk – plus het schuldgevoel dat ik ‘minder leuke dingen met ze doe’ dan ik anders gedaan zou hebben. Was ik maar een man! Zonder schuldgevoelens! Maar goed, deze week nog 3 ochtenden en 2 middagen (= 13 uur) om het verder te leren.
Over een maand volgt het tentamen Inleiding Geloofsleer. De colleges hierbij werden gegeven door klasgenoten (en mezelf ;-)), voorbereid vanuit het boek. Voor het tentamen weet nog niemand wat de verdere bedoeling is dan ‘het boek leren’. Jammer dat we de docent hierbij erg weinig gezien/gehoord hebben.
Verdere vakken lopen ook, en daarvoor schrijf ik verslagen of krijg ik in de zomer nog een ‘meeneem-tentamen’.
De stage gaat in een gestaag tempo door, sommige weken wat meer uren, dan weer wat minder. Na de zomer ga ik het tweede deel van de stage (catechese en pastoraat) in een andere gemeente lopen en dan hoop ik in januari 2009 de stage afgerond te hebben, zodat ik dan de propedeuse kan halen.

Maar…
de opleiding gaat ongelooflijk op de schop. In plaats van de ca. 10 lesdagen per jaar, komen er 24-28 lesdagen per jaar. In plaats van 6, duurt het nu 5 jaar. Maar goed, daar hebben we niet veel aan als je het eind niet kan halen ;-). Mijn klasgenoten haken de een na de ander af, nooit zo leuk om alweer afscheid te nemen. Ons werkgroepje voor de catechese-opdracht is al gehalveerd!
Dit maakt dat ik nu zit te leren voor een tentamen, terwijl ik niet eens weet of ik wel in het 2e jaar verder kan gaan met de opleiding! (want hé, wie zorgt er die dagen voor de kinderen? En al die andere uren –’s avonds en in het weekend- waarop ik moet studeren, kan mijn husband die allemaal opvangen?)
Ik probeer er maar ontspannen mee om te gaan, en de informatie rustig af te wachten. En vooralsnog moet ik toch ‘even’ deze vakken afronden.

Al mijn hoop, mijn plannen en mijn tijd, leg ik voor U neer, vertrouw ze aan U toe.





Overdosis

25 04 2008

Afgelopen nacht werd ik getroffen door onderstaand bericht op een weblog.

Een jonge vrouw is afgelopen week aan een overdosis overleden. Jan schrijft hierover:
“Kennelijk was de emmer met hoop leeg geraakt. Tot de laatste druppel opgedroogd. Weg levenslust. Weg toekomstdromen. Ze wilde in het aanbiddingsteam gaan spelen. Bongo’s. Het is er nooit van gekomen. De lat van onze gemeente lag te hoog voor de labiele, verslaafde en gebroken vrouw en haar dito man. Het maakt me verdrietig. Natuurlijk moet je de aanbidding in de gemeente serieus nemen. Natuurlijk moeten mensen eerste eens een tijdje meedraaien alvorens ze een taak gaan vervullen. Maar toch…”

Dit doet pijn. Waar staan wij dan? Omdat ik de laatste weken toch al loop na te denken over ‘aanbidding in de gemeente’ en me afvraag hóe dan, en waaróm dan, en welke rol ik daar (nog) in heb. Omdat ik dit hele verhaal niet eens kénde, en niet eens wéét om wie het gaat. Hoe kan het dat ik deze vrouw niet kénde?! Omdat Augustinus het al zei: een kerk is niet voor heiligen, een kerk is een ziekenhuis, voor gebrokenen die herstel nodig hebben. En wij leggen de lat te hoog.
Dan spreek ik het schrijver van bovenstaande niet na, als hij zegt dat het christelijk reservaat ‘zo heerlijk warm’ is. We slaan elkaar de hersens in over staan of zitten, knielen of profetisch zingen en of iemand die rookt wel mee mag doen… maar vergeten te kijken met de ogen van Jezus naar de mensen om ons heen.





Ooit

12 04 2008

Een mooi lied van Elisa Krijgsman, dat we morgen in de dienst zullen gaan zingen. Om nieuwere nummers te oefenen maak ik graag gebruik van YouTube, dan zit ik dus luidkeels te zingen achter mijn computer. M’n gezin geniet mee als ik tweede stemmen probeer te zoeken… ;-).
Dit filmpje vond ik wel héél mooi!





2 04 2008

100_0511snede.jpg
Geloof

In de liefde van de Vader
die tranen opvangt in zijn kruik,
die water schenkt bij felle dorst.

In de kracht van de Zoon
die gaan moest met gebogen schouders,
die rechtop stond bij morgenlicht.

In het vuur van de Geest
dat opvlamt maar niet verschroeit,
dat opbloeit als een toverhazelaar.

(Lenze L. Brouwers)

toverhazelaar8.jpg





Kom tot het wonder! (2)

1 04 2008

We staan zo snel met onze woorden klaar. Maar is er nog ruimte om te luisteren? Hebben wij nog het mededogen voor degene die lijdt? Mag een christen lijden?

Wonderen gebeuren. Maar een kenmerk van een wonder is ook dat het niet continu gebeurt. Wat zou er anders nog voor wonderlijks aan zijn? Dan zouden we het geen wonder noemen, dan zouden we niet verwonderd zijn – dan was het een logische wet.
God doet wonderen. Maar niet altijd op de manier zoals jij dat wilt: knip met de vingers en je probleem is opgelost.
Kijk toch eens om je heen en denk eens nuchter na: er zijn mensen die ziek worden en niet genezen. Er zijn zelfs mensen die sterven. Oók als zij in God geloven en een onwankelbaar, vast vertrouwen in Hem hebben. Een wonder is ook – of eigenlijk juist - de genade dat Jezus uiteindelijk de dood heeft overwonnen. De genade dat je je daarin geborgen weet, in leven en in sterven. Is een wonder ook soms niet dat je je durft over te geven in Zijn hand, ‘no matter what’? En dan is het zaak om die broeder of zuster te steunen in zijn leven, zijn strijden, zijn pijn, zijn sterven. Het is een zwaktebod om te zeggen: ik geloof dat God je gaat genezen, en je vervolgens om te draaien.

En ‘claimen’? We claimen een verzekeringsschade bij de verzekering, waar we jarenlang premie voor hebben betaald. Maar we claimen geen wonder! We claimen geen genezing! Wat is je positie? Ja: kind van God, dus je hebt bepaalde rechten gekregen. Je mag pleiten op Gods beloften. Maar laten we wel even onze positie beseffen. Dát God helpt, mag je geloven, maar God is nog altijd soeverein in de keuze hóe Hij helpt.

Misschien zeg je dat ik geen groot geloof heb. En misschien heb je, vanuit jouw perspectief, wel gelijk. Dat zij dan maar zo.

Ik geloof in een God die mensen draagt, door lijden en sterven heen. En ik geloof in mensen die elkaar steunen en helpen, die Gods handen laten zien en Gods oren willen zijn. Ik vind het niet getuigen van Liefde (met hoofdletter) om mensen op te zwepen tot geloven in een wonder – en ze niet te steunen als dat wonder uitblijft. Want ik zie het gebeuren: de vrouw die niet geneest, ‘heeft haar zonde niet beleden’. De man die jarenlang depressief blijft, ‘wil zijn demonen niet loslaten’. En de vrouw die het door alle pijn niet meer ziet zitten ‘heeft niet zo’n groot geloof’. Daar draait het dan op uit. En ja, zulke mensen hoeven we dan ‘natuurlijk ook niet meer te steunen’.
Omdat wij mensen die schijnbare discrepantie tussen: ‘het gelovige gebed zal de lijder gezond maken’ (Jac 5:15) en ‘Mijn genade is u genoeg’ (2 kor 12:7,8 ) niet klein kunnen krijgen, simplificeren we ziekte maar tot een oorzaak-en-gevolg verhaal. Uiteindelijk vervallen we in een liefdeloos oordeel. En dat juist over zieken en zwakken.

Wij vermanen u, broeders en zusters, wijst de ongeregelden terecht, beurt de kleinmoedigen op, komt op voor de zwakken, hebt geduld met allen. (1 Tess. 5:14)





Kom tot het wonder!

31 03 2008

Erg ziek was hij. Gelukkig was daar steun vanuit zijn kerk. Zij kwamen naar hem toe. Hoorden zijn verhaal, zijn klacht, zijn voortdurende pijn. Moeilijk is dat, om te luisteren en niets te kunnen doen. Gelukkig hadden zij snel een antwoord op zijn spreken.
“Je moet maar veel bidden, broeder”.
“Denk erom: de Heere geeft kracht naar kruis”.
En daar gingen zij weer, missie volbracht.

Zij kreeg een nare ziekte, onherstelbaar volgens de artsen. Een van de zusters uit haar gemeente bad hardop voor haar. “Heer! Laat haar zien welke zonde ze heeft begaan!” Een ander viel haar in tranen bij: “Ja Heer! Openbaar de zonde! U moet haar genezen! Wij claimen genezing over haar!”
Haar man voelde zich ontredderd in de hele situatie. De anderen zagen dat en bemoedigden hem: “Broeder, je móet vertrouwen. God gaat een wonder van genezing voor haar doen!”. “Ja, ja, dat geloof ik ook”, mompelde hij. En slikte zijn tranen weg.





Op de radio

26 03 2008

Na mijn radiodebuut begin maart op radio 1, met één tekstregel over tompoucen, Zeeman en Vlaaierie, komen we nu écht op de radio. In een 30-minutendurend interview over de Marriage Course, te beluisteren op de lokale zender RPL FM 107.1, a.s. zaterdag om ca. 18.25 uur. Weer een ervaring rijker!
Was het leuk? Ja, dat was het. Zeker niet zouteloos, het Ikeaverhaal liep ineens wel héél anders af dan wij verwachtten, toen de interviewster er ‘een vreemde hobby’ van maakte. Gelukkig kwam er daarna drie minuten muziek, waarin we even hardop konden lachen. Aaaargh…

Over de Marriage Course: we zijn alweer begonnen met de vierde cursistengroep.
Leuk hoor, al die publiciteit, maar dít is het echte werk, waar het eigenlijk om gaat. De eerste avond is achter de rug, we hebben heerlijk gegeten en een héleboel afwas gedaan. Op het menu stond wortelkoriandersoep met linzen, zalm in honingsaffraansaus met gepofte aardappelen en groene peultjes en een decadent dessert (chocoladetaart met slagroom en banaan.).
Het is alwéér een leuke groep mensen, opnieuw anders dan de andere keren. Komende vrijdag gaan we de les over communicatie geven en eens zien wat ze ervan maken…
Het verfrissende van zo’n interview is dat je zelf ineens weer ziet dat dit een goed concept is. Hiermee kun je in het voortraject ingrijpen, of ondersteunen, want op het moment dat je hoort dat mensen gaan scheiden ben je eigenlijk altijd te laat. Het is geen wondercursus, je moet er echt zelf wel aan werken, maar het biedt ongelooflijk goede handvatten aan om een frisse wind te laten waaien door je relatie.
Het is intensief, zowel voor de cursisten als voor onszelf. Reden waarom we het niet meer 2x per jaar, maar nog maar 1x per jaar geven – ondanks de wachtlijst, maar daar vinden we nog wel een oplossing voor! Het is immers niet de bedoeling dat het voor onszelf een uitputtingsslag wordt, dan kunnen ze straks óns huwelijk bijeenvegen (en wie gaat dát dan op zich nemen?!).

Ik verheug me alweer op vrijdag. Vanaf een uur of vier toveren we de ruimte weer om in een waar restaurant, met tafeltjes, kleedjes, servetten (die ik net allemaal heb staan strijken en vouwen), kaarsjes, citaatjes op tafel, muziekje… Alvorens we de cursus gaan geven, spelen we nog een poosje voor ober en serveren het volgende uit: bietensoep, kalfslapje met gebakken aardappel en een mix van doperwtjes, spruiten, sinaasappel en hazelnoten, en als dessert Lemon Curd Syllabubs (wat het ook moge zijn). Zaterdag maar weer een balansdagje!