Bijna vakantie…

10 07 2008

Inmiddels loopt hier al een halve week een 13-jarige in huis die al vakantie heeft. Dat geeft een ‘bijna-vakantie-gevoel’ bij zijn moeder, terwijl ik dat eerder nog niet had. Tegelijkertijd kán dat eigenlijk nog niet!
Maar gisteren heb ik wel een vak afgerond en het portfolio opgestuurd naar de docent, die resideert aan de Faculteit te Leuven. Ik ben benieuwd. Hopelijk heb ik voor 1 september genoeg cijfers binnen om door te gaan naar het 2e jaar :-). Vooralsnog heb ik alles gehaald! In de komende weken mag ik nog 80 uur gaan studeren aan “Inleiding Oude Testament”, zodat dat ook nog voor die tijd kan worden ingeleverd. Jammer dat ze met sommige dingen zo vlak van tevoren komen; pas vorige week werd bekend dat we het niet in oktober mogen inleveren, maar dat het voor 1 september nagekeken moet zijn. Ai, dat wordt met een studieboek voor de tent zitten…
Het vervolg van de studie wordt zachtjesaan wat duidelijker. Tot en met januari zullen we een aantal bruggetjes maken en daarmee de propedeuse kunnen halen (die vervolgens pas in september wordt uitgereikt?!). Hermeneutiek, man/vrouw, mens en maatschappij zijn de vakken die o.a. aan de orde zullen komen. Intussen moet ik dan de rest van m’n propedeusestage afronden. Ik start in september op een ander stage-adres om o.a. met pastoraat te gaan meelopen.
Daarna volgt dan ’semester 3′ onder de noemer “geestelijk begeleiden”. Het ziet er allemaal erg interessant uit, en ik hoop dan ook maar dat de nieuwe opzet toch nog in mijn leven gaat passen. Zou toch wel érg jammer zijn als ik moest stoppen…

Maar wat ik nog steeds niet snap: waarom gaat post naar België met de luchtpost en naar bijv. Groningen niet??





Marriage Course (slot)

14 06 2008

Ja, je leest het goed: slot. Vanavond hebben we de laatste les van de Marriage Course gegeven. Niet alleen van deze groep, maar we stoppen er écht mee. 28 avonden, 4 groepen, 32 echtparen, 64 cursisten, 4 koks, 4 cursusleiders… het is voorbij voor ons.

Waarom? Nou… omdat W.&N. er mee stoppen, en het daardoor tóch nooit meer hetzelfde zou zijn. Omdat we komend seizoen wel even iets anders aan onze fiets hebben hangen (proberen propedeuse te halen!?). Omdat je je erop verkijkt hoe ongelooflijk veel uren er in zo’n cursus gaan zitten. Omdat we wel weer eens wat nieuws willen gaan doen. En gelukkig staan er al vier opvolgers te wachten, zodat we de wachtlijst netjes kunnen indelen in een volgende cursus.

Maar het doet toch een beetje pijn. Geen brandende, snijdende pijn, maar zo’n zeurend melancholiek gevoel. Nooit meer haasten op vrijdag- of zaterdagmiddag. Nooit meer leuke citaten in klemmetjes op tafel zetten, de waterkannen vullen, een themabloem neerzetten. Nooit meer servetten in een originele vorm proberen te vouwen. Nooit meer een peterselieblaadje op een schepje aardappels schikken, of griekse yoghurt in de soep laten zakken. Nooit meer een mobieltje achter de keukenplint vandaan vissen, nooit meer het gasfornuis brandschoon achterlaten, nooit meer chocoladesaus uit ********** (censuur), nooit meer caramel van het granieten aanrecht afbikken. Nooit meer een groep open, leergierige cursisten, nooit meer klungelen met de dvd-speler en de beamer.
Nou ja - die laatste zin misschien ooit nog wel weer in ander verband.
Nooit meer koffiedrinken met W.& N. tussen de voorbereidingen door, nooit meer de kinderen de hele avond op hun bank parkeren met filmpjes, nooit meer achteraf de boel opruimen en evalueren terwijl we keihard zingen, nooit meer servetten en kleedjes wassen en strijken…
ja, we zullen het missen!





Studie-update

12 05 2008

Hoe het met mijn studie gaat, wordt me van diverse kanten gevraagd. Nou, het antwoord: best goed. [studie = hbo-theologie, opleiding Godsdienst Pastoraal Werker, vrijdagopleiding aan de CHE in Ede in samenwerking met de ETF te Leuven]
Het eerste jaar zou ik gaan gebruiken om te bezien of de opleiding is wat ik er ongeveer van verwachtte en of het bij me past, én natuurlijk om te zien of het te combineren valt met een gezin, werk, vrijwilligerswerk, sociaal leven. Tot op heden gaat dat combineren aardig, en de opleiding vind ik interessant. Het begin van het jaar was echt veel gemakkelijker dan verwacht, vooral omdat een heel aantal boeken en readers niet op tijd beschikbaar was: we konden gewoon niets voorbereiden. Inmiddels is dat veranderd, er valt genoeg te doen.
Voor PAV (pastoraal agogische vaardigheden) hebben we het eerste deel van het verslag al ingeleverd, dit heb ik teruggekregen met een ‘goed’ als beoordeling. Op die toer verder voor de tweede helft dus.
Voor Inleiding OT-1 hebben we een schrijfopdracht gemaakt, vond ik echt superleuk om te doen. ‘k Heb zelfs de lofzang van Hannah (uit 1 Samuël 2) in een sonnetvorm gegoten, en zo maakte ik voor het eerst in m’n leven een sonnet. Deze opdracht leverde me een 9 op.
A.s. vrijdag hebben we de eerste twee uur tentamen Inleiding Godsdienstwetenschappen. Niet fijn dat het vrijwel direct na de meivakantie is: twee weken lang kinderen om me heen leert echt minder gemakkelijk – plus het schuldgevoel dat ik ‘minder leuke dingen met ze doe’ dan ik anders gedaan zou hebben. Was ik maar een man! Zonder schuldgevoelens! Maar goed, deze week nog 3 ochtenden en 2 middagen (= 13 uur) om het verder te leren.
Over een maand volgt het tentamen Inleiding Geloofsleer. De colleges hierbij werden gegeven door klasgenoten (en mezelf ;-)), voorbereid vanuit het boek. Voor het tentamen weet nog niemand wat de verdere bedoeling is dan ‘het boek leren’. Jammer dat we de docent hierbij erg weinig gezien/gehoord hebben.
Verdere vakken lopen ook, en daarvoor schrijf ik verslagen of krijg ik in de zomer nog een ‘meeneem-tentamen’.
De stage gaat in een gestaag tempo door, sommige weken wat meer uren, dan weer wat minder. Na de zomer ga ik het tweede deel van de stage (catechese en pastoraat) in een andere gemeente lopen en dan hoop ik in januari 2009 de stage afgerond te hebben, zodat ik dan de propedeuse kan halen.

Maar…
de opleiding gaat ongelooflijk op de schop. In plaats van de ca. 10 lesdagen per jaar, komen er 24-28 lesdagen per jaar. In plaats van 6, duurt het nu 5 jaar. Maar goed, daar hebben we niet veel aan als je het eind niet kan halen ;-). Mijn klasgenoten haken de een na de ander af, nooit zo leuk om alweer afscheid te nemen. Ons werkgroepje voor de catechese-opdracht is al gehalveerd!
Dit maakt dat ik nu zit te leren voor een tentamen, terwijl ik niet eens weet of ik wel in het 2e jaar verder kan gaan met de opleiding! (want hé, wie zorgt er die dagen voor de kinderen? En al die andere uren –’s avonds en in het weekend- waarop ik moet studeren, kan mijn husband die allemaal opvangen?)
Ik probeer er maar ontspannen mee om te gaan, en de informatie rustig af te wachten. En vooralsnog moet ik toch ‘even’ deze vakken afronden.

Al mijn hoop, mijn plannen en mijn tijd, leg ik voor U neer, vertrouw ze aan U toe.





Twaalf jaar later

24 04 2008

Vanavond was ik voor een reportage over een opvoedcursus voor een tijdschrift in het ‘dienstencentrum’ Huize Zandwijk. In een flits was ik terug in de tijd. We woonden net in deze stad en gingen soms naar een kleine, evangelische gemeente (kleine als in: ca. 30 mensen). Die kwam bijeen in dit gebouw. We brachten onze 1-jarige krullenbol in de kinderruimte, waar hij liefdevol werd opgevangen door een hartelijke vrouw met een bos krullen, die blij was dat er een aanmelding voor de kinderopvang was voor die ochtend.
Het was er knus, vrolijk, compact en ook wel gezellig, hoewel we door niemand werden aangesproken, behalve dan diezelfde kinderleidster.

Wat is er veel veranderd: de krullen bij beiden zijn verdwenen, de zoon is een tiener geworden en heeft een zus, we zijn ons meer en meer betrokken gaan voelen bij deze groep mensen, die inmiddels vertienvoudigd is, de kinderopvang zit voller dan vol, en het pand is al 3x te klein geworden.

Ik constateer nu dat er nog meer is veranderd: het is nu tegen middernacht uur en al die jaren geleden zou ik NU dat artikel geschreven hebben, zonder er bij stil te staan. Maar nu? Ik schrijf nog snel wat steekwoorden op, en dan ga ik echt naar bed!





Werkplek

29 03 2008

werkplek.jpgNu werk ik al 13 jaar freelance vanuit huis, en ineens merk ik dat ik behoefte heb aan een andere werkomgeving. Ik heb een mooie werkkamer, maar mijn gezin dringt hier steeds verder binnen. Logisch, de kinderen hebben de computer nodig voor hun huiswerk (én hun lol), en ook manlief wil wel eens wat aan de computer doen. Dat betekent wel dat er allerlei spullen liggen die niet van mij zijn, dat er op de meest onverwachte uren een middelbare scholier naast me zit te werken en dat er ’s avonds en op zaterdag allerlei mensen om me heen lopen.
Het mooie van vanuit huis werken is dat je het prima kunt combineren met de zorg voor kinderen, en dat is al die jaren een voordeel geweest. Zo kon ik ze lekker zélf opvoeden en toch wat verdienen ‘buiten de deur’. Maar de combinatie valt me inmiddels lastiger. Ik ben meer dingen gaan doen waarop ik me echt even moet concentreren en waarvoor ik een creatieve ‘flow’ zoek. In het huis om me heen laat ik me óók nog eens afleiden: de administratie ligt er, de telefoon gaat, de was moet opgehangen, en ach, laat ik ook vast even aardappels schillen voor vanavond. Kortom: al m’n rollen lopen continu door elkaar heen. Zo verdwijnen heel effectieve uren.

Wat ik dus zoek is een ruimte om te zijn, buiten mijn eigen huis. Desnoods voor een paar maanden, om mezelf duidelijk te maken dat bepaalde uren zijn om te werken en andere uren voor moederschap, huishoudschap, etc.etc. Waar ik gewoon m’n laptop kan meenemen (een stopcontact is dus wel prettig), de papieren of boeken die ik nodig heb die dag, koffie kan krijgen of mee kan nemen in een thermos, waar het warm en droog is en met een toilet in de buurt. En graag op korte afstand van mijn huis. De bibliotheek is een aardige optie, hoewel die wel erg beperkte openingstijden heeft. Een café misschien, maar daar is misschien teveel omgevingsgeluid. Wel de moeite waard allebei om eens te proberen. Of ik moet gewoon een leegstaand huis in de omgeving zoeken dat ik mag lenen, of een leegstaand ‘kantoorplekje’. Gewoon, zo’n prikkelarme omgeving, waarin het duidelijk is wat ik moet doen omdat ik daar gewoon ook niets anders kán doen. Voor bijvoorbeeld twee ochtenden van 9 tot 12 en een dag van 9 tot 3 per week. En misschien af en toe een avond of een zaterdagochtend. Het lijkt me heerlijk!





Op de radio

26 03 2008

Na mijn radiodebuut begin maart op radio 1, met één tekstregel over tompoucen, Zeeman en Vlaaierie, komen we nu écht op de radio. In een 30-minutendurend interview over de Marriage Course, te beluisteren op de lokale zender RPL FM 107.1, a.s. zaterdag om ca. 18.25 uur. Weer een ervaring rijker!
Was het leuk? Ja, dat was het. Zeker niet zouteloos, het Ikeaverhaal liep ineens wel héél anders af dan wij verwachtten, toen de interviewster er ‘een vreemde hobby’ van maakte. Gelukkig kwam er daarna drie minuten muziek, waarin we even hardop konden lachen. Aaaargh…

Over de Marriage Course: we zijn alweer begonnen met de vierde cursistengroep.
Leuk hoor, al die publiciteit, maar dít is het echte werk, waar het eigenlijk om gaat. De eerste avond is achter de rug, we hebben heerlijk gegeten en een héleboel afwas gedaan. Op het menu stond wortelkoriandersoep met linzen, zalm in honingsaffraansaus met gepofte aardappelen en groene peultjes en een decadent dessert (chocoladetaart met slagroom en banaan.).
Het is alwéér een leuke groep mensen, opnieuw anders dan de andere keren. Komende vrijdag gaan we de les over communicatie geven en eens zien wat ze ervan maken…
Het verfrissende van zo’n interview is dat je zelf ineens weer ziet dat dit een goed concept is. Hiermee kun je in het voortraject ingrijpen, of ondersteunen, want op het moment dat je hoort dat mensen gaan scheiden ben je eigenlijk altijd te laat. Het is geen wondercursus, je moet er echt zelf wel aan werken, maar het biedt ongelooflijk goede handvatten aan om een frisse wind te laten waaien door je relatie.
Het is intensief, zowel voor de cursisten als voor onszelf. Reden waarom we het niet meer 2x per jaar, maar nog maar 1x per jaar geven – ondanks de wachtlijst, maar daar vinden we nog wel een oplossing voor! Het is immers niet de bedoeling dat het voor onszelf een uitputtingsslag wordt, dan kunnen ze straks óns huwelijk bijeenvegen (en wie gaat dát dan op zich nemen?!).

Ik verheug me alweer op vrijdag. Vanaf een uur of vier toveren we de ruimte weer om in een waar restaurant, met tafeltjes, kleedjes, servetten (die ik net allemaal heb staan strijken en vouwen), kaarsjes, citaatjes op tafel, muziekje… Alvorens we de cursus gaan geven, spelen we nog een poosje voor ober en serveren het volgende uit: bietensoep, kalfslapje met gebakken aardappel en een mix van doperwtjes, spruiten, sinaasappel en hazelnoten, en als dessert Lemon Curd Syllabubs (wat het ook moge zijn). Zaterdag maar weer een balansdagje!





Pasen!

23 03 2008

Het feest van het leven, van de opstanding van Jezus en daardoor het uitzicht op het Leven na de dood!

Na een indrukwekkende en mooie dienst, slagroomtaart eten bij M&E, besloten we eerst eens een tijdje onze bank in horizontale toestand uit te proberen. Tegen het eind van de middag hadden we onze eigen paasviering als gezin.
Met eten dat iedereen lekker vindt en gemakkelijk klaar te maken was (soep, hartig taartje, ijs), en tussen de gangen door van ieder gezinslid één of meer bijdragen.
Aan het begin van de week had ik dit plan voorgelegd aan de gezinsleden, en ieder had zijn/haar best gedaan!
Zo hadden we een zelfgeschreven paasgedicht, een muziekuitvoering van een passielied, een bijbelgedeelte waarin Paulus over de opstanding vertelt mét een uitleg erbij, een verhaal over een koning en een draak, en een paasaanbiddingslied op cd. Prachtig!

Op de paastafel komt een steen met de woorden “Hij leeft!” er op.

Maria stond nog bij het graf en huilde. Huilend boog ze zich naar het graf, en daar zag ze twee engelen in witte kleren zitten, een bij het hoofdeind en een bij het voeteneind van de plek waar het lichaam van Jezus had gelegen. ‘Waarom huil je?’ vroegen ze haar. Ze zei: ‘Ze hebben mijn Heer weggehaald en ik weet niet waar ze hem hebben neergelegd.’ Na deze woorden keek ze om en zag ze Jezus staan, maar ze wist niet dat het Jezus was. ‘Waarom huil je?’ vroeg Jezus. ‘Wie zoek je?’ Maria dacht dat het de tuinman was en zei: ‘Als u hem hebt weggehaald, vertel me dan waar u hem hebt neergelegd, dan kan ik hem meenemen.’ Jezus zei tegen haar: ‘Maria!’ Ze draaide zich om en zei: ‘Rabboeni!’ (Dat betekent ‘meester’.) ‘Houd me niet vast,’ zei Jezus. ‘Ik ben nog niet opgestegen naar de Vader. Ga naar mijn broeders en zusters en zeg tegen hen dat ik opstijg naar mijn Vader, die ook jullie Vader is, naar mijn God, die ook jullie God is.’ Maria uit Magdala ging naar de leerlingen en zei tegen hen: ‘Ik heb de Heer gezien!’ En ze vertelde alles wat hij tegen haar gezegd had. (uit Joh 20)





Stille Zaterdag

23 03 2008

Ten teken van de begrafenis leggen we een zwarte doek op de paastafel.

Na deze gebeurtenissen vroeg Josef uit Arimatea – die uit vrees voor de Joden in het geheim een leerling van Jezus was – aan Pilatus of hij het lichaam van Jezus mocht meenemen. Pilatus gaf toestemming en Josef nam het lichaam mee. Nikodemus, die destijds ’s nachts naar Jezus toe gegaan was, kwam ook; hij had een mengsel van mirre en aloë bij zich, wel honderd litra. Ze wikkelden Jezus’ lichaam met de balsem in linnen, zoals gebruikelijk is bij een Joodse begrafenis. Dicht bij de plaats waar Jezus gekruisigd was lag een olijfgaard, en daar was een nieuw graf, waarin nog nooit iemand begraven was. Omdat het voor de Joden voorbereidingsdag was en dat graf dichtbij was, legden ze Jezus daarin. (uit Joh. 19)





Goede Vrijdag

23 03 2008

In de kerkdienst vieren we het Avondmaal met elkaar. Een ontroerend mooie dienst, met een muziekgroep van 2 mannen, die zó mooi zongen en musiceerden… kippenvel.
We zetten een kruisje op de paastafel.

Zij voerden Jezus weg; hij droeg zelf het kruis naar de zogeheten Schedelplaats, in het Hebreeuws Golgota. Daar kruisigden ze hem, met twee anderen, aan weerskanten één, en Jezus in het midden. Pilatus had een inscriptie laten maken die op het kruis bevestigd werd. Er stond op ‘Jezus uit Nazaret, koning van de Joden’. Het stond er in het Hebreeuws, het Latijn en het Grieks, en omdat de plek waar Jezus gekruisigd werd dicht bij de stad lag, werd deze inscriptie door veel Joden gelezen. De hogepriesters van de Joden zeiden tegen Pilatus: ‘U moet niet “koning van de Joden” schrijven, maar “Deze man heeft beweerd: Ik ben de koning van de Joden”.’ ‘Wat ik geschreven heb, dat heb ik geschreven,’ was het antwoord van Pilatus.
Nadat ze Jezus gekruisigd hadden, verdeelden de soldaten zijn kleren in vieren, voor iedere soldaat een deel. Maar zijn onderkleed was in één stuk geweven, van boven tot beneden. Ze zeiden tegen elkaar: ‘Laten we het niet scheuren, maar laten we loten wie het hebben mag.’ Zo ging in vervulling wat de Schrift zegt: ‘Ze verdeelden mijn kleren onder elkaar en wierpen het lot om mijn gewaad.’ Dat is wat de soldaten deden.
Bij het kruis van Jezus stonden zijn moeder met haar zuster, Maria, de vrouw van Klopas, en Maria uit Magdala. Toen Jezus zijn moeder zag staan, en bij haar de leerling van wie hij veel hield, zei hij tegen zijn moeder: ‘Dat is uw zoon,’ en daarna tegen de leerling: ‘Dat is je moeder.’ Vanaf dat moment nam die leerling haar bij zich in huis.
Toen wist Jezus dat alles was volbracht, en om de Schrift geheel in vervulling te laten gaan zei hij: ‘Ik heb dorst.’ Er stond daar een vat zure wijn; ze staken er een majoraantak met een spons in en brachten die naar zijn mond. Nadat Jezus ervan gedronken had zei hij: ‘Het is volbracht.’ Hij boog zijn hoofd en gaf de geest.
(uit Joh 19)





Witte donderdag

23 03 2008

In de hof van Gethsemane. Op de paastafel komt een zwart bekertje met daarop (met glasverf) het woord “lijden” geschreven.

Hij vertrok en ging volgens zijn gewoonte naar de Olijfberg. De leerlingen volgden hem. Toen hij daar was aangekomen, zei hij tegen hen: ‘Bid dat jullie niet in beproeving komen.’ En hij liep bij hen weg, tot ongeveer een steenworp ver, en knielde daarna neer om te bidden. Hij bad: Vader, als u het wilt, neem dan deze beker van mij weg. Maar laat niet wat ik wil, maar wat u wilt gebeuren.’ [Uit de hemel verscheen hem een engel om hem kracht te geven.] Hij werd overvallen door doodsangst, maar bleef bidden; zijn zweet viel in grote druppels als bloed op de grond. Toen hij na zijn gebed opstond en terugliep naar de leerlingen, zag hij dat ze van verdriet in slaap waren gevallen, en hij zei tegen hen: ‘Waarom slapen jullie? Sta op en bid dat jullie niet in beproeving komen.’
(uit Luc 22)