Tweedehands is beter :-)

14 04 2008

Gelezen op nu.nl:

Nieuwe babykamer ongezond voor baby

De babykamer zou zo vroeg mogelijk moeten worden ingericht, aldus onderzoekers van TU Delft. Pas dan zijn de gevaarlijke stoffen uit nieuwe meubels en verf verdwenen.

Met name bewoners van goed geïsoleerde woningen zouden hier goed aan doen. Zij zouden maanden van te voren al moeten beginnen met op temperatuur brengen van de kamer en te luchten. Dit zou mogelijke gezondheidsschade voorkomen.

Door het ventileren en warm houden, verdwijnen gevaarlijke stoffen uit de meubels, vloerbedekking en gordijnen. Onderzoeker Evert Hasselaar van TU Delft laat Telegraaf weten dat deze vol zitten met gassen, weekmakers, formaldehyde, benzenen en biociden. Het kopen van tweedehands producten is volgens hem ook een oplossing.





Auto

9 02 2008

In een mum van tijd na het plaatsen van één advertentie voor onze auto Roomsoes (uit 1984, heeft ons 6 jaar gediend) meldden zich allerlei kopers. Leverde de meest hilarische telefoongesprekken op. Topper was de man die hem direct de volgende dag zou komen halen en die ochtend timide belde dat het niet doorging: zijn vrouw vond het geen leuk verjaardagscadeau. Maar ze is toch verkocht, en direct stond hier een andere auto voor de deur. Want “wie appelen vaart, die appelen eet”. Dear Husband had al een jaar opgelet of er iets binnen ons budget werd ingeruild bij hem op ’t werk, en nu was dat ineens aan de orde. Eigenlijk precies wat we wilden, behalve de kleur (maar daar wennen we wel aan). Voor een idioot lage (personeels)prijs. Zelf afleverklaar maken natuurlijk, maar dan heb je ook wat.

En dan staat hij daar, en ben ik NIET blij. Want? Hij is te groot, te sjiek, te zwart, te ‘duur’. Hij ís niet te duur, maar hij straalt het wel uit.
Bij onze vorige auto, ook al was hij oud, werden we ook al ter verantwoording geroepen vanwege het merk. En nu nog meer.

“Zo….,” (let op de stembuiging aan het eind van het woord), “doe maar duur. Wát een kapitale auto”.
Offe: “Waar doen jullie het toch van?” (nee, die zegt men niet, die lees je alleen zó van hun voorhoofd). Of: “Willen jullie nu nog wel met ons omgaan?”.
“Sjonge, nu moet je zeker ook wel een ander huis, want in die straat pas je niet met zó’n auto”.
Dat zeggen vooral mensen die zélf ondertussen een auto onder hun kont hebben van 10.000€ of meer. En ook mensen die er niet waren toen we geen scherf hadden om ons mee te krabben. Afgunst… alleen maar vanwege het merk?!!
Eén persoon zei tegen me: “Fijn meid, geniet er maar van”. Heerlijk, ik sluit je direct in m’n hart!

Toen ik zo’n week lang boze gedachten naar de auto had gezonden – eigenlijk gewoon omdat hij niet bij mijn imago als consuminderaar past -, ben ik daar ineens mee gestopt. Zo’n buitenkans krijgen, en er dan niet blij mee zijn – dát is pas zonde! Alsof je je partner een duur kado geeft en hij zegt: “O, bedankt, maar wel een beetje te duur hoor”. En het dan vervolgens in een hoek legt met de gedachte “Ik ben het niet waard.” Nee, dat ben je niet, maar je krijgt het wel!!
Heel bewust ben ik begonnen met danken voor de auto, ook al was m’n gevoel nog niet mee. Dank U dat U ons hierop liet stuiten, net nu we aan een andere auto toe waren. Dank U dat hij binnen ons budget paste. Dank U dat de andere auto nog zo goed in de markt lag. Dank U dat ik geen rugpijn meer hoef te krijgen na een half uur rijden. Dank U dat mijn man zo goed voor ons zorgt. En langzaam kwam m’n gevoel mee, en kon ik gaan bidden voor vele veilige kilometers en voor het met elkaar van de auto mogen genieten.

Met dat genieten ben ik nu begonnen, en ik wil verder géén gezeur!!





Zijn kippen mijn naasten?

20 01 2008

Scharreleieren kopen is al jarenlang voor ons de normaalste zaak van de wereld. Maar scharrelvléés? Wel eens over nagedacht, en vervolgens uit gemakzucht weer vergeten. De scharrelslager zit een heel dorp verderop (waar ik overigens elke zaterdag kom…) en onze buurtsuper heeft dat niet. Maar na het lezen van het artikel over plofkippen smaakt m’n kipfiletje niet meer. Wat waar is, is waar: we willen vlees dat niet op vlees lijkt. Kippenpoten zijn niet zo in trek, omdat het a) veel werk is om ze af te kluiven en b) je ziet dat het een kip is geweest. Dus willen "we" massaal kipfilet. En worden de kuikens opgefokt met grote borsten (tsss…. waar doet me dit aan denken…?) en groeien zichzelf af en toe dood: plofkip. Hoort erbij, risico van het vak, zegt de fokker. Een bepaald percentage groeit zichzelf nou eenmaal dood. De diertjes hebben in hun leven geen daglicht gezien, maar ja, de consument regeert.

Tegenargumenten die ik de afgelopen twee weken van diverse mensen hoorde: "Ja, maar als ik als enige er iets aan probeer te doen, helpt het toch niks." Onzin, je moet keuzes maken voor jezelf en je eigen levensstijl. "We zitten nou eenmaal met teveel mensen op een te klein oppervlakte, dus kunnen we nooit allemaal scharrelvlees eten want zoveel ruimte voor beesten ís er nou eenmaal niet." Zit wel wat in. Dus? We moeten gewoon minder vlees eten, en wat we dan eten is scharrelvlees. "Scharrelvlees is veel duurder en dat past niet binnen m’n budget." Dat laatste argument kwam bij mijzelf vandaan, en was daardoor lastiger te weerlegen. Zeker toen ik ontdekte dat de scharrelkipfilet 7 euro kost bij de AH (toch al geen favoriete winkel) tegenover ongeveer 2 euro bij de C1000 voor de ‘gewone’ kipfilet. En dat in januari, waarbij we weer even de touwtjes strakker aanhalen qua weekbudgetten!

En toch. "Zijn kippen onze naasten?" werd vanmorgen in de preek gezegd. Naasten gaat misschien wat ver. Maar in de scheppingsopdracht stond wél dat we de aarde moesten bewaren en er goed mee omgaan… inclusief de dieren dus.

Goed: ik geef het een kans. Als ik blokjes kipfilet kan marineren en lekker kan bakken, kan ik dat ook met stukjes tofu. Meer vegetarisch dus, en daarnaast scharrelvlees. Of in elk geval scharrelkip, het rundvlees moet ik nog even gaan uitzoeken (hé, ik hoef niet ALLES tegelijk, toch!). Varkensvlees eten we eigenlijk nooit. Alleen die vraag over wat er aan de frikandel voorafgaat…

Ik geloof dat we maar eens klein gaan beginnen. Read my lips, mind my words.





Nee/ja-sticker

25 11 2007

Het is bijna 11 maanden geleden dat ik de nee/ja-sticker op de brievenbus heb geplakt. Tijd voor een evaluatie.
Zit de sticker er nog op? Ja.
Houdt iedereen zich eraan? Ja, behalve de DominoPizza, die gaat stiekem met het h-a-hblad mee.
Missen we de folders? Eh… nee, meestal niet. Lidl, C1000, Kruidvat en Hema komen per email, en zeven van de tien keer gooi ik die direct weg wegens ‘geen tijd/interesse’. Als ik boodschappen doe, kijk ik op de borden op de buitenkant van de supermarkt wat er in de aanbieding is, en stem daar direct eventueel m’n koopgedrag op af (hé, beetje flexibel zijn: als je boontjes van plan was, maar de broccoli is goedkoper: gewoon even switchen).
Even dacht ik, zo eind november, dat ik de folders miste. Vanwege de sinterklaasverlanglijstjes… je ‘doet toch ideeën op’ aan de hand van folders. WAT?!! Doet ideeën op? Als je ideeën moet opdoen voor verlanglijstjes… dan zijn dat dingen die je NIET nodig hebt. Oké, ik mis de folders dus niet.
Bij de kassa van de Intertoys heb ik het speelboek meegevraagd, net als bij de Bartsmit. Geen probleem. Heel af en toe pak ik de folder bij de DA in de winkel: ook leuk, om zo’n driemaal per jaar te bekijken. Meer is echt niet nodig!
En ik heb het idee dat ik geen belangrijke koopjes of aanbiedingen heb gemist, en in elk geval niet meer geld kwijt ben dan daarvoor. Dus al met al: het scheelt veel ruimte, beter voor het milieu (papierberg!), en het brengt een stuk rust.
Aanrader!

(Blijft de sticker zitten? Ja!!)





Afkicken voor advent

23 10 2007

Wat een gaaf initiatief!

Vanaf 24 november (Internationale Niet-winkeldag) gaat een groep christelijke jongeren vrijwillig een afkicktraject volgen om van hun consumptieverslaving af te komen. Aan de hand van een adventskalender krijgen ze iedere dag één opdracht. Zo moeten ze bijvoorbeeld alle reclames tellen die ze tegenkomen, een dag zonder televisie leven of een broek weggeven. Ze hopen na een maand afgekickt te zijn van hun verslaving. Ook meedoen? Kijk dan op www.timetoturn.nl. Het programma loopt tot 25 december (Internationale Kerstdag). Op de website kun je ook een testje doen: ‘hoe vast zit ik aan mijn spullen’?





Prikkels

29 08 2007

Verschillende mensen hebben het erover: dat het in de vakantie zo heerlijk rustig was, en dat je nu zo snel weer geleefd wordt door alle impulsen om je heen. Zonder telefoon, internet, email, tv, kranten komt een mens weer tot zichzelf. Wat dat betreft zijn wij (manlief en ik) niets veranderd: 15 jaar geleden pleegden we vanuit Israël een telefoontje met het opgeluchte thuisfront “want er waren zoveel bomaanslagen”. O sorry, wij wisten van niets, wandelden door de woestijn en lazen geen krant. Maar in Nederland was het al lang weer op het journaal geweest. Ook nu in de Eifel: er bleken grote overstromingen, wegen waren weggeslagen, en alles waar wíj ons druk om maakten was de brug op de camping die overstroomde, waardoor het sanitair onbereikbaar werd. Geen idee van de wereld om ons heen die nacht. Het is gewoon goed voor de mens, eens een tijdje zonder invloeden van buiten.

Maar waarom is het maar zo weinigen gegeven om dit thuis voort te zetten?

Na thuiskomst zochten we onze eigen kerkdienst weer op. Leuk om iedereen weer terug te zien, maar wát een prikkels. Veel mensen, die bepaald niet stil zijn en pas na twee verzoeken zich eens nestelen voor het begin van een dienst. Mededelingen van de oudste van dienst, mededeling van een gemeentelid, praatje van de zangleider, zingen, optreden van twee kinderen, mensen die een getuigenis geven, zingen, optreden, filmpje over de Roemeniëreis, zingen, collecte – en tijdens de collecte gooien we er nóg maar een filmpje doorheen over een ander onderwerp. Tegen die tijd nam ik een sanitaire pauze. De preek moest notabene nog beginnen, en onze hoofden zaten al volgepropt! Dan moet er wel een dijk van een preek komen,  wil die nog doordringen bij al die mensen (gelukkig kwám er ook een dijk van een preek). Uitputtend toch. Mag het wat minder?!

Ik blijf het proberen. Ik houd contact met mijn ‘consuminderfamilie’, die ook die waarde herkennen van een leger leven. Dat doe ik via internet, dat dan weer wel. De zorgen die direct weer over ons heen vallen, met name rondom vrijwilligerswerk, ga ik sneller loslaten. Als mensen mij kwetsen, laat ik de pijn los en eventueel die mensen ook. ‘t Is Gods werk, niet het mijne. Ik help slechts een handje mee, als een peuter die zijn vader helpt bij het behangen.





Kadootjes zonder geld…

28 06 2007

"Neem een gerecht mee voor iedereen en een klein kadootje, dat niets mag kosten, voor de persoon op je briefje", was de opdracht die we meekregen voor de slotavond van de kring van het muziekteam. Een kadootje dat niets mag kosten! Dat is moeilijk. Ik dacht aan een bon "kom eens bij ons eten", maar ook dát kost geld eigenlijk. Zulke opdrachten nopen je tot creativiteit. Eerlijk is eerlijk: ik heb m’n consumindergroep geraadpleegd. En uiteindelijk kwam ik tot een gedicht, geprint op een zelfgemaakte foto (van een bloem die ik van één van de leden had gekregen vorig jaar :-)) en gelamineerd. Zelf een gedicht maken lukte me niet, omdat ik de persoon waar het om ging nog maar heel kort ken, maar ik heb een gedicht van Hans Bouma gevonden dat ik wel bij hem vond passen. Daarbij een schone jampot, mooi ingepakt, die als vaas diende voor een bosje bloemen uit eigen tuin. Zo was het heel leuk om te zien waar iedereen mee kwam: bloemenzaadjes uit eigen tuin, een opgekweekte stek van een passiebloem, een parel in een doosje; vaak zelf gemaakt, creatief, een persoonlijk verhaaltje voor de ontvanger erbij, tof!





Een dubbeltje per week

13 06 2007

Ik ben ouderwets. Geef mij maar een paaltjesroute door het bos. Brood mee, drinken mee, wandelen. Doe mij vooral géén dagje Efteling in het hoogseizoen: in de rij staan, mensen die duwen en voordringen of hun kinderen stimuleren dat te doen. Je bent een sul als je keurig op je beurt wacht.

Sommige kinderen hebben alle pretparken van Nederland én Eurodisney al gezien. Het bijzondere is al niet meer boeiend. Kunnen we ervoor kiezen bepaalde dingen over te slaan in ons leven? Dan mogen de kinderen er zelf wel heen als ze volwassen zijn. Of doe ik ze nu een levenslang trauma aan?

Het rare is dat de kinderen onze manieren al overnemen. Hoewel ze graag naar een dierentuin of speeltuin gaan, roepen ze al snel op een rustig deel van het park: “Wat is het hier heerlijk rustig hè!”. In de natuur krijg ik verzuchtingen te horen als: “Wat is de natuur toch mooi”. Is dat imitatie of zit het in de genen?

Mijn dochtertje van vier ging bij een vriendinnetje spelen. “Wat hebben jullie gedaan?” “Televisiegekeken”. Ja hoor! Als je twee uur samen gespeeld hebt, mag je best even uitrusten voor de tv. Maar continu dat apparaat aan, al zodra het vriendinnetje binnenkomt… nee, dank u. Het bewuste meisje kan zich niet lang concentreren op een spel en vraag veel aandacht. Natuurlijk kan ik niet in andermans gezin kijken, maar wat ik zie, doet me toch denken aan een kip en een ei.

We voeden onze kínderen niet alleen op met de gedachte dat ze direct kunnen krijgen wat ze hebben willen, we willen het zelf ook. Nieuwe keuken? Kopen we. Aanbouw? Doen we. Nieuwe caravan? Natuurlijk, die is ook nodig. Als we het geld niet hebben, lenen we ervoor, want sparen is wachten en dat kunnen we niet. Contacten zijn vluchtig. We nodigen de buren uit om de nieuwe badkamer te komen bekijken, drinken een borreltje met elkaar en dat is al heel wat. Investeren in relaties kost tijd en een lange adem. Wie heeft dat nog? Diepgaande vriendschappen, gesprekken waarbij je ontdekt hoe de ander in het leven staat, een thuis vormen voor elkaar, dat kost allemaal veel concentratie. Meer dan het zoeken van vluchtig vermaak. .

Ach ja, wat ik schrijf is niet nieuw. Er is al veel gezegd en geschreven over de consumptiemaatschappij. Maar wij christenen doen daar niet aan mee. Toch?

Het verbaast mij soms hoe weinig trouw wij zijn als christen. We vliegen van de ene ervaring naar de andere. Van conferentie naar genezingsdienst naar viering. De zondagse dienst moet ons vooral iets te bieden hebben, anders haken we af. Gaan we zo ook met de Here God om? Ik hoorde van een vrouw die vijftien jaar voor iets gebeden had. Ze vertelde dat terloops, meer vol van het gebeuren erna dan van die jarenlange periode. Het maakt nu even niet uit wat en hoe er precies aan de hand was. Maar: vijftien jaar! Wie houdt dat vol? Dat is als sparen met een dubbeltje per week. Dat is een woestijnperiode van jewelste. En dan blijven volharden en in geloof vasthouden aan Gods beloften. Dat is geen vliegtuighoppen van de ene ervaring naar de andere. Dat is een lange wandeling, zeg maar gerust een barre tocht, waarin je stap voor stap dichter bij je doel komt. Ik kan daar met bewondering naar kijken.

(gezien de leeftijd van ‘dochtertje’ kun je zien: dit is een stukkie uit de oude doos. Maar nog steeds actueel!) eerder gepubliceerd in Camagazine, 2002





Consumanderen

2 05 2007
Woord van de week: ‘consumanderen’

Zoals ‘consuminderen’ (minder consumeren) jaren geleden ingang gevonden heeft als de woordspelige tegenhanger van ‘consumeren’, zit het woord ‘consumanderen’ (anders consumeren) op het vinkentouw om in te burgeren. In 2006 werd dit woord al in Vlaanderen aangetroffen. Geen wonder, want daar introduceerde de staatssecretaris van Duurzame Ontwikkeling en Sociale Economie het woord.

Het afgelopen weekend stak ‘consumanderen’ eindelijk de grens over. In een interview stelde kroonprins Willem-Alexander dat het raadzaam is - willen we de klimaatverandering binnen de perken houden - om met z’n allen duurzamer te gaan consumeren. Daarbij introduceerde de prins ‘consumanderen’ in Nederland. In de zaterdagkranten werd het woord overgenomen, dus niets lijkt de verdere verspreiding nog in de weg te staan.

bron: www.taalpost.nl





Rijke zondag

28 01 2007

Vandaag sprak Erik Bakker bij ons in de gemeente over het gedeelte over de rijke jongeling. Eindelijk iemand die vanaf het spreekgestoelte de woorden “consuminderen” en zelfs “de vrekkenkrant” in de mond nam! Hoera hoera, ik heb iemand gevonden!! Citaat: “15 jaar geleden ontdekte ik de vrekkenkrant, en de term consuminderen. Dat gaat soms heel ver, tot het drogen van theezakjes aan toe - zover hebben wij het niet doorgevoerd, maar we zijn wel met steeds minder gaan leven. Dat we dat nu van niet-christenen moeten leren.”

Less is more, en vooral: waar zit je aan vast, wat is belangrijker voor jou dan God? Helaas voor de geïnteresseerde lezer kan ik niet zo heel veel meer over de preek vertellen, omdat mijn concentratieboog nog niet zo lang is en we er al heel wat liederen op hadden zitten, maar de centrale boodschap heb ik hiermee toch aardig weergegeven :-).

Verder zaten we met een chocoladetaart die we gevieren niet op konden/wilden eten, maar hij was zo leuk om samen met dochterlief te maken… Aangezien “niemand” naar ons toe kon komen, hebben wij de taart opgepakt en hem op het centrale familieontmoetingspunt (zondagmiddag bij schoonmama) opgedeeld. Bij de koffie, de thee en de sjoelbak.
Vervolgens met dochter én zoon samen Mexicaanse wraps gefabriceerd, en vanavond is iedereen hartstikke moe. Vroeg onder de wol dus maar, er wacht weer een hectische week op ons.