Heilig Boek

23 12 2007

Moslims hebben de Koran. Joden de Torah. Christenen de Bijbel.

De boekrollen van de joden zijn heilig. Ze worden bewaard in de synagoge, en mannen mogen voor het eerst voorlezen als ze bar-mitswa zijn. Dat is een plechtig moment. Als je de boekrol pakt, trek je handschoenen aan en de woorden wijs je niet met je vinger bij, maar met een speciaal aanwijsstokje

.

Elk exemplaar van de koran wordt als heilig gezien. Het boek zal niet op de grond worden gelegd, omdat de vloer vies kan zijn. Ook niet op een tafel of andere lage plaats, omdat het risico bestaat dat er dan iets óp de koran wordt gelegd. Het boek wordt zo hoog mogelijk bewaard, en als er uit wordt gelezen (gereciteerd), is dat de hoogste godservaring. De koran wordt niet gepakt met onreine handen.

Het boek bijbel wordt niet als heilig beschouwd, het is slechts een gedrukt boek. De inhoud wel – totdat het in een kerkdienst wordt voorgelezen. Tijdens het voorlezen van de openingstekst in diensten in sommige gemeenten wordt er niet stil geluisterd, wachtend op een godservaring door heilige woorden. Nee, een stroom mensen stiefelt nog naar binnen en heeft  óf niet in de gaten dat er iemand staat voor te lezen uit het Boek, óf het boeit niet genoeg om even stil te gaan staan en wat láter een stoel te gaan zoeken. Sterker nog, geroezemoes volop en tijdens het uitgesproken gebed lopen mensen nog vlak achter de bidder langs. Al zou je niet stilstaan uit respect voor de spreker, dan toch zeker uit eerbied voor dat Boek.

Wie moet nou waarin integreren?





Van je hoofd naar je hart

10 11 2007

Gisteren ontdekte ik dit juweeltje op de bovenverdieping van de boekwinkel, waar het antiquariaat gevestigd is. Nu is dit boek niet bepaald antiek, maar wsch. wel beschadigd of tweedehands. In elk geval was het minder dan de helft van de nieuwprijs. Wie mijn liefde voor het klooster kent, begrijpt dat ik het sowieso niet kon laten liggen!

TV-presentator Leo Fijen wil trager leven, op een andere, meer bewuste manier de tijd doorbrengen en dichter bij de diepste stem van zijn hart komen. Hij is daarom op zoek naar nieuwe leefregels en vraagt de hulp van Nederlandse abten en abdissen in buitenlandse kloosters. Hij gaat op reis langs Nederlandse godzoekers op de mooiste plekken van Europa, maar hij maakt tegelijk een andere reis: die van zijn hoofd naar zijn hart. Zo ontdekt hij nieuwe leefregels voor het drukke bestaan van alledag.
Dit is zo’n boek dat je best in één adem uit zou kunnen lezen, maar om het echt tot je te nemen, is ongeveer 1 bladzijde per dag waarschijnlijk beter. Ik lees het dus in kleine stukjes! (wordt vervolgd)





Peter Pan

27 09 2007

Een klassieker van een kinderboek, geschreven in 1948, maar helaas nog nooit door mij gelezen. Nu dan toch.
peterpan2.jpg

“Alle kinderen, op één na, worden groot. Ze weten al gauw dat ze groot zullen worden, en Wendie wist het op de volgende manier.” Fantastische openingszin, toch?
Ik ben nog aan het lezen, maar tot nog toe is ‘t een leuk boek. Echt wel ouderwets, met lange zinnen en veel gedachten en moralen er in geweven, niet zoals de kinderen tegenwoordig lezen (denk ik). Maar dat brengt juist wel leuke stukjes met zich mee:
“Mevrouw Lieveling hoorde voor het eerst van Peter, toen ze de gedachten van haar kinderen aan het ordenen was. Het is de gewoonte van elke goede moeder om ’s avonds, als haar kinderen slapen, in hun gedachten te snuffelen en alles op orde te brengen voor de volgende morgen, en de vele dingen die overdag rondgezworven hebben weer op hun plaats te leggen. Als je wakker zou kunnen blijven (maar dat kun je natuurlijk niet) zou je je eigen moeder dat zien doen, en je zou het heel interessant vinden om haar bezig te zien.” En wat daar verder volgt. Jaha, zo leren kinderen eens hoe druk moeders het eigenlijk hebben :-).
Peter Pan neemt de kinderen mee naar Nimmerland, waar geen ouders wonen. Dat is soms onhandig, daarom moet Wendie de rol van moeder op zich nemen.

De term Peter Pan-syndroom werd voor het eerst gebruikt door Dr. Dan Kiley in het boek The Peter Pan Syndrome: Men Who Have Never Grown Up, en duidt op het verschijnsel dat sommige mannen zich op latere leeftijd puberaal, onvolwassen en narcistisch blijven gedragen en bang zijn om zich te binden. Naast narcisme treden bij deze mannen onbetrouwbaarheid, rebelsheid, woede, afhankelijkheid en manipulatiedrang op. Kiley beschouwt dit gedrag als uiting van de diepgewortelde wens om bemoederd te worden.
Interessant is dat dezelfde Kiley een jaar later het boek The Wendy Dilemma: When Women Stop Mothering Their Men publiceerde. Dit boek is genoemd naar het vriendinnetje van Peter Pan. Hierin beschrijft hij (Kiley, niet Peter Pan) het omgaan met de vrouwelijke rol die als tegenhanger van het Peter Pan-syndroom gezien kan worden. Een vrouw in een dergelijke relatie speelt vaak onbewust de rol van moeder en is overbeschermend en bezitterig in de hoop zo de relatie in stand te houden. De theorie is dat het allemaal voortkomt uit een disfunctioneel gezin. Altijd interessant, zulke dingen. ‘k Neem direct even mijn eigen relatie onder de loep (nee, duidelijk geen Peter Pan en -even nadenken- ook geen Wendy hier) en de relaties om me heen. Boeiend.
Voorlopig gewoon ook even lekker verder lezen over de strijd tegen kapitein Haak en de rest van z’n zeeroversbende. De roodhuiden staan sinds gisteravond aan de kant van de kinderen, dus dat scheelt, en de krokodil helpt ook mee. Heerlijk toch, van die verheffende boeken! Helaas, vanavond kan ik niet vroeg naar bed om te lezen, morgen verder.





Echt Sexy

2 06 2007

De 13-jarige Fiebie  kijkt met verbazing naar het billboard van Scarlet Telecom, waarop moeder en kleuterdochter in sexy outfit een mobieltje aanprijzen. "Welke moeder laat haar kleuter aan zoiets meewerken?" vraagt ze zich af.

Het is de vraag van Renate Dorrestein, auteur van "Echt Sexy". Binnen een dag had ik het boek uit, en ik ben een week later nog niet van de schok bekomen. Dorrestein is een meester in het opbouwen van de spanningsboog, in het schrijven van een goede roman, maar ook in het creëren van beelden die voor altijd op je netvlies blijven. Dat is niet prettig.

Maar moet een boek altijd "prettig" of "ontspannend" zijn? Dit is onthutsend, temeer daar het onze wereld beschrijft. Weliswaar "met een schepje erbovenop", maar de wereld waarin Fiebie terecht komt, zou kunnen voortvloeien uit onze oversekste samenleving. Want nu al worden we geconfronteerd met groepsverkrachtingen door brugklassers, mannen die op een homoparty anderen met besmet bloed injecteren (nee, niet alleen infecteren, maar injecteren), loverboys waarvoor we onze dochters moeten waarschuwen. "En volwassenen geven niet thuis".
Misschien is dat nog het ergste.  

Maak kennis met Fiebie Koolveld, de dertienjarige heldin. Bij haar op het schoolplein maken minderjarige dealers de dienst uit, in garageboxen en fietstunnels voltrekken zich duistere zaken, en volwassenen geven niet thuis. Vaak heeft Fiebie het gevoel dat zij de enige op aarde is die zou willen dat iedereen wat minder gemeen was. Wanneer haar beste vriendinnetje op een dag spoorloos verdwijnt, begint Fiebie, in de hoop haar terug te vinden, aan een lange zwerftocht door de stad.





Boek

6 05 2007
  • Vanavond begon ik een boekje te herlezen dat ik drie jaar geleden gerecenseerd heb (zie onder). Opnieuw spreekt het me aan; ik kan herlezen waar ik destijds uitroeptekens bij plaatste, en zie mijn potlood weer nieuwe passages onderstrepen. Persoonlijke ervaring wordt vaak als het summum gezien (en let op: het ís ook mooi, belangrijk, nodig etc.), maar daarbij sneeuwt het lezen van de bijbel wel eens onder… Mooie passage vind ik ook onder punt 1: Bent u steeds bij om de nieuwste (christelijke) boeken te lezen? Hoeveel tijd neemt u om de Bijbel-zélf te lezen? Een schrikbarende waarheid!
    Hieronder de recensie uit Camagazine, 2004.

    Gods wil ontdekken
    Bruce Waltke
    uitgeverij Medema
    ISBN 90-6353-411-6
    € 12,95

    Verfrissend, zo’n boek dat wat heilige huisjes omverschopt. Bruce Waltke zet vol in met de titel van het eerste deel: “Gods wil: een heidense gedachte”.
    Het zoeken van de wil van de goden was de gewoonste zaak in heidense religies en heet waarzeggerij. Waarzeggerij is in het Oude Testament al verboden en Christus heeft ons verlost van de noodzaak van het zoeken naar Gods wil, Hij heeft de toegang tot de Vader vrijgemaakt. Ook veroordeelt Jezus het verdraaide geslacht, dat altijd om een teken van God vroeg.
    “De afhankelijkheid van speciale tekenen van God is het kenmerk van een geestelijk onvolwassen persoon – iemand die de waarheid niet zo gelooft als zij gepresenteerd is, maar die een wonderteken nodig heeft als symbool van het gezag van God.”
    De navolging van God is gebaseerd op een relatie met Hem, in plaats van op het zoeken naar tekens. Na een uitleg van vormen van het zoeken van Gods wil bij heidenen, volgt de vergelijking met het prikken van een willekeurige bijbeltekst als vorm van waarzeggerij. De auteur veroordeelt deze praktijken.
    Er komen in het O.T. “echter zes situaties voor waarin God ervoor kiest Zijn gedachten te openbaren door bovennatuurlijke vormen van raadpleging.” Deze zes zijn de profeten, de Urim en Tummim, het gewijde lot, dromen, tekenen en woorden.
    De auteur geeft per punt een duidelijke toelichting, waarbij deze zes manieren in de context van de tijd worden geplaatst. Het gewijde lot bijvoorbeeld wordt in Handelingen 1 voor het laatst geworpen: wij hebben Gods Woord en de Heilige Geest gekregen en zijn niet meer afhankelijk van dobbelstenen. Dromen, profeten en woorden kunnen nog steeds door God gebruikt worden, met enige kanttekeningen.
    Het bekende ‘wollen vlies’ van Gideon is meer een teken van ongeloof dan een voorbeeld om na te volgen. Zelfs na het gevraagde teken tot twee keer toe ontvangen te hebben, is Gideon niet overtuigd. De apostelen hebben een ‘wollen vlies’ nooit gebruikt.
    In dit eerste deel zet de auteur uiteen dat er een radicale overgang is tussen het Oude en het Nieuwe Testament. Na Pinksteren is er geen tekst waaruit blijkt dat de gemeente waarzeggerij pleegt.
    “Daarom betoog ik dat we de idee van het zoeken naar Gods wil moeten herdefiniëren. (…) We moeten ons richten op wat de Schrift ons leert over de manier waarop God gelovigen leidt in het doen van zijn wil.”

    De rest (en het grootste deel) van het boek wijdt zich aan “Gods plan om ons te leiden”. Waltke behandelt zes stappen en benadrukt de juiste volgorde. Ga niet zonder meer uit van goddelijke interventie als je de andere stappen niet hebt gemaakt.
    * Lees je Bijbel
    * Afstemmen op het hart van God
    * Zoek wijze raad
    * Let op Gods voorzienigheid
    * Is het wel verstandig?
    * Goddelijke interventie

    Een kerngedachte vind ik dat “de Heilige Geest ons karakter vormt. Daarom heeft God de oudstestamentische methoden van waarzeggerij afgeschaft. Waarzeggerij is een sprong in de toekomst, terwijl God de christen met één stap tegelijk leidt. Waarzegging klinkt misschien vroom,” [niet als term natuurlijk, maar wel het ‘prikken van een tekst’ of het ‘spreiden van een vlies’] “maar het kan heel goed zondig zijn, omdat het de Heilige Geest weerhoudt ons karakter te vormen.”
    De auteur is docent aan een theologische hogeschool. Hij neemt ons aan de hand mee door zijn betoog en uitleg. Waar het eerste deel wellicht een schokeffect teweegbrengt, biedt het boek vervolgens rust, wijsheid en betrouwbaarheid. Waltke erkent de almacht van God en zijn vermogen om wonderen te doen, maar wijst nuchter op wat de Bijbel zegt en wat wij nodig hebben om te leren: Gods weg is anders dan de onze, Hij laat zich geen tekenen afdwingen en Hij houdt Zijn wil niet verborgen. Hij maakt ons zijn gedachten duidelijk als we Hem steeds beter leren kennen en met Hem wandelen. Hetgeen we geloven over God zal ons leven en karakter veranderen.
    Een absolute aanrader.

    Els van der Vlist





  • Beweging in de natuur

    18 01 2007

    Het gaat weer stormen vandaag! Met een uitroepteken ja, want op de een of andere manier geniet ik van dit soort weer. De kracht van de natuur, mooi en beangstigend tegelijkertijd. Dat is natuurlijk een cliché van de eerste orde, maar het klopt wel (zoals vaker met cliché’s). Ik las zojuist een leuk feit op de site van meteoconsult over bewegend zand uit de Sahellanden.

    De wind zelf kan echter ook flink met zand aan de haal gaan. Dat zien we natuurlijk ook bij storm langs de Nederlandse kust. Daar kunnen flinke stuifduinen worden opgeworpen bij harde wind. Iets vergelijkbaars van nog grotere orde gebeurt in Afrika. In de Sahel ontstaan geregeld flinke zandstormen. Het zand heeft er een zeer fijne structuur. Er is niet extreem veel wind nodig om al een zandstorm te krijgen. Uit recent onderzoek blijkt nog eens extra duidelijk, hoeveel zand er vanuit de Sahel op transport gaat naar Zuid Amerika. Het zand neemt voedingsstoffen en mineralen mee die belangrijk zijn voor het tropisch regenwoud in het Amazonegebied. Uit studies blijkt er dat er vooral uit een specifiek gebied in het noorden van Tjaad veel zand de lucht in gaat. Daar ontstaan in het winterhalfjaar geregeld zandstormen. Gemiddeld gaat daar circa 700.000 kilo zand de lucht in. Met de passaatwinden wordt dit zand vervoerd naar Zuid Amerika. Naar schatting haalt circa 50 miljoen kilo zand op jaarbasis daadwerkelijk het regenwoud. Zonder deze jaarlijkse aanvoer van voedingsstoffen zou de grond in het regenwoud uitgeput raken. Waaruit maar weer blijkt, hoe wonderlijk weer- en windsystemen een rol spelen bij het leven op aarde. (bron: http://www.weer.nl)

    Geweldig toch?

    Ondertussen ben ik gisteravond voor het eerst sinds een week of vier weer eens in een roman begonnen. Sinterklaas had mij deze gegeven, eigenlijk als surprise: in het dikke boek (624 bladzijden!) zat een letterspel, waarmee ik m’n kado kon vinden. Het blijkt echter een heel mooi historisch verhaal te zijn, beginnend met de grote storm in Ierland, in 1839. Deze storm verwoestte veel, en nam ook vele mensenlevens. Best een beetje spannend om te lezen terwijl de wind en regen tegen de ramen slaan…





    De groene hel

    9 11 2006

    Lang geleden, toen ik ergens tussen de 12 en 15 jaar was, las ik een boek van de bibliotheek met de titel “Tocht door de groene hel” (The Savage Journey- maar dat wist ik toen nog niet). Ik ben het verhaal nooit vergeten: het ging over een meisje dat door allerlei omstandigheden die ik niet zal onthullen alleen achterbleef in het Amazonegebied. Ik heb het in die tijd nóg een keer geleend en misschien zelfs wel een derde keer. Maar later toen ik groot was, was het niet meer te leen. Steeds keek ik bij de afgeschreven boeken en op rommelmarkten of het er toevallig tussenlag. Inmiddels kwam internet op (oma vertelt ;-)) en zocht ik af en toe op de titel. Vorig jaar leek ik beet te hebben, maar nee: het was een “gezocht”-advertentie van een andere liefhebber, waar ik nog even mee heen-en-weermailde over de schoonheid van dat boek…

    En ineens was het raak: iemand bood op Marktplaats een lijst romans aan, en dit boek van Allan W. Eckert stond ertussen!! Voor minder dan 10 euro lag het een paar dagen later op mijn mat… vol spanning trok ik het papier eraf… ja hoor, hij was het echt. Een paar dagen later lag ik toch een nacht wakker (af en toe heb je dat), dus kon ik er een flink gat in slaan. En het was nog nét zo mooi als toen!! 

    Alleen zou ik het niet aanraden aan meisjes tussen de 12 en 15, ongelooflijk wat een heftig verhaal. Saillant detail: de naam van de hoofdpersoon was ik wél vergeten – ik ontdekte nu hoe zij heette: Sarah! Heb ik dat ergens in m’n onderbewuste opgeslagen….??





    De wenteltrap

    18 10 2006

    Dit boek van Karen Armstrong – met als ondertitel “Mijn weg uit de duisternis” – is een persoonlijk relaas van het leven van de schrijfster nadat zij het klooster, waar zij zeven jaar non is geweest, de rug heeft toegekeerd. Ze beschrijft haar moeite om zich aan te passen aan de wereld en haar pogingen om er ‘bij te horen’. Ze blijkt na de traumatische jaren in het klooster moeite te houden met instituten: instellingen met hun eigen normen en regels. Zoals daar was het klooster, de kerk, de universiteit van Oxford, de televisie. Het lukt haar niet om volwaardig opgenomen te worden. Uiteindelijk is ze ook niet religieus meer, omdat haar verlangen naar een persoonlijke vorm van geloven nergens aansluiting lijkt te vinden.

    Op dat moment begint ze aan “Een geschiedenis van God”, een boek dat uiteindelijk een bestseller bleek te worden.

    Jan Greven schrijft hierover in 2003 in Trouw:

    “Toen ze aan haar boek begon zag ze geloof als het accepteren van een aantal uitspraken over God waar je Ja tegen te zeggen had. Al studerend ontdekte ze dat de meeste tradities dat anders zien. Geloven is daar iets doen waardoor een mens verandert. (…) Nu ontdekte ze dat geloven niet begint met gehoorzaamheid aan anderen, maar met de (eigen) overtuiging, dat leven uiteindelijk betekenis en waarde bezit. Ze ontdekte dat mensen niet gehoorzaam moeten zitten wachten tot God tot hen komt, maar zelf God naderbij moeten brengen door vast te stellen waar zij zijn aanwezigheid ervaren. Daarbij is de lakmoesproef of hun godservaringen hen voeren tot praktisch medeleven. Als je godsidee je prettiger, invoelender, liefdevoller maakt, is er sprake van goede theologie. Als ze je onvriendelijk, strijdlustig, wreed maakt, is dat slechte theologie. Zo simpel is dat.”

    Uiteindelijk concludeert ze dat ze zich altijd een buitenstaander zal blijven voelen, maar dat het niet langer erg is. De ridder in het verhaal van de graal denkt de graal te zullen vinden door zich aan te sluiten bij een machtig leger. Maar de graal is alleen te vinden door de ridder die zelf zijn weg in het bos zoekt, langs paden van pijn en moeite.

    Inmiddels reist Armstrong de wereld over om lezingen te geven en wordt geroemd als een van de meest vooraanstaande commentatoren van religieuze kwesties in de wereld.

    In het boek keert regelmatig het beeld van de wenteltrap uit een gedicht van T.S. Eliot terug.

    De schrijfster concludeert:

    “Het doet me denken aan de trap in Eliots Aswoensdag, die ik me voorstel als een nauwe wenteltrap. Ik probeerde ervan af te stappen en me aan te sluiten bij anderen, op wat mij een brede, verheven staatsietrap leek, wemelend van de mensen. Maar keer op keer viel ik eraf, en als ik dan terugkeerde naar mijn eigen kronkelige trapje, vond ik onverwacht een vervulling. Nu moet ik mijn wenteltrap verder alleen bestijgen. En naarmate ik verder naar boven kom, trede voor trede, keer ik terug, steeds opnieuw, in kringetjes, schijnbaar zonder noemenswaardig vooruit te komen, maar desondanks opklimmend, naar ik hoop in de richting van het licht.”

    Een boek dat blijft hangen om overdacht te worden.

    Prachtig.

    uitg. De Bezige Bij 2003, ISBN 90-234-109505





    Lezen

    6 10 2006

    Als kind las ik al snel en veel (en stiekem in bed). We mochten 3 boeken per keer van de bieb, maar die had ik allang uit voordat we eindelijk –na een week- weer gingen. Hetzelfde zie ik bij Sarah gebeuren… ook zo’n lezer. Joram houdt er ook al van, maar verslindt minder, hij léést gewoon.

    Tegenwoordig mogen we 8 boeken per abonnement lenen, iets waarvan ik grif gebruik maak.

    Maar nu ga ik me beperken. Ik lees eerst uit waarmee ik bezig ben, voordat ik aan iets nieuws begin. En ik mag niet meer dan twee boeken tegelijk lezen. Op dit moment zijn dat “Een weg door de bergen” en “Genade is een risico”.

    Dit wordt moeilijk!

    Ik ben benieuwd. Read my lips en houd het lijstje in de gaten J





    Frère Laurent

    2 10 2006

    Besefgodstegen Gisteren heb ik het laatste stuk van dit boek gelezen - ik heb langzaam gelezen dit keer, af en toe een stukje, vandaar dat het enige weken duurde.

    Helemaal blij was ik, toen ik ontdekte dat dit werkje in het Nederlands is uitgekomen. ’t Is maar een dun boekje en eigenlijk een samenraapsel van aantekeningen van gesprekken, van brieven en van leefregels van Broeder Laurentius (geboren ca. 1610, gestorven 1691). Hij was kok in een Frans klooster. Te midden van het gerammel van potten en pannen zocht en vond hij een diep en voortdurend besef van God. Vele schrijvers verwijzen naar broeder Laurentius (uit mijn boekenkast o.a. Bill Hybels en Janet Johnson), en dat liet mij ook heel benieuwd worden naar de geschriften van de man zelf.

    De uitgever schrijft: “Als we Frère Laurent ergens zouden moeten plaatsen, dan is het wel in gezelschap van Thomas à Kempis – schrijver van het boekje “De navolging van Christus”- ook een katholiek die vooral onder protestanten veel waardering vindt.” Toeval dat ik dat boek net gelezen heb??

    Enkele citaten:

    “Wij moesten er niet moe van worden allerlei kleine dingen te doen uit liefde tot God, want Hij kijkt niet naar de grootsheid van ons werk maar naar de liefde waarmee wij het verrichten.”

    “Ons doel moet zijn: reeds in dit leven aanbidders te worden van God en wel zo volmaakt als ons maar mogelijk is, zoals wij dat hopen te zijn de hele eeuwigheid lang.”

    Even geplaatst in zijn tijd: hij hield geen grote worshipsevents, maar spreekt over aanbidding als ‘alles doen uit liefde tot God’ en voortdurend in zijn aanwezigheid zijn!

    Een aanhanger van de tegenwoordig zo populaire succestheologie (‘geloof in God en je zult nooit meer lijden of verdriet kennen’) is hij allerminst. Laurentius verwelkomde het lijden als een ‘gift van God’, ook toen hij aan het eind van zijn leven leed aan een zeer pijnlijke ziekte.

    De eenvoud van zijn leer en de oefening van het voortdurend zich op God richten (“Ik draai mijn omelet in de pan om uit liefde tot God”) is een weldaad voor de mens, die drie eeuwen later nog hectischer leeft dan in de 17e eeuw en soms van conferentie naar concert rent om iets van God te ervaren.

    Aanrader!!

    (overigens: het boekje van Janet Johnson –zie boekenlijst- sluit hier heel mooi op aan, zij geeft veel praktische tips hoe je dit kunt beoefenen)