Met een campingstoeltje installeer ik me op de stoep, hoek Boerendijk/Hoge Rijndijk. Pal in de zon. Het is pas negen uur ’s morgens, maar al warm. Eens zien hoe lang ik het zo uithoud, anders kan ik me nog terugtrekken onder een boom. Flesje water, thermos koffie, de lijst met nummers op schoot: ik ben er klaar voor!
Verbaasde blikken alom. Fietsers die toch voor het stoplicht moeten wachten, knopen een praatje aan. Iedereen wil weten of ik verkeer zit te tellen (nee) en ze vinden het allemaal mooi weer (wat ik beaam). Automobilisten die de bocht indraaien en mij plots zien zitten, vergeten weer terug te sturen. Zo’n bezienswaardigheid ben ik.
Dan, eindelijk, komen de kinderen in hun oranje hesjes met nummer. Bloedserieus en stil. Een enkeling glimlacht als teken van herkenning naar me. Blijkbaar zijn ze ernstig toegesproken. Op het moment dat een mountainbiker (niet een van de kinderen) over de stoep scheurt en me bijna van m’n klapstoel rijdt, besluit ik tussen twee hegjes te gaan zitten. Verdekt opgesteld is het verrassingseffect nog groter! Het waait lekker. Ik zet m’n pet op tegen de warme zon, leun rustig achterover, neem nog een kopje koffie en ken punten toe. Als nummer 56 het stoplicht goed heeft doorstaan, breek ik op. Alle kinderen geslaagd, inclusief dochter.
Ja lief, gefeliciteerd met het slagen van je dochter voor het verkeersexamen.
Groetjes Etty (eedeebee)