Overdosis
25 04 2008Afgelopen nacht werd ik getroffen door onderstaand bericht op een weblog.
Een jonge vrouw is afgelopen week aan een overdosis overleden. Jan schrijft hierover:
“Kennelijk was de emmer met hoop leeg geraakt. Tot de laatste druppel opgedroogd. Weg levenslust. Weg toekomstdromen. Ze wilde in het aanbiddingsteam gaan spelen. Bongo’s. Het is er nooit van gekomen. De lat van onze gemeente lag te hoog voor de labiele, verslaafde en gebroken vrouw en haar dito man. Het maakt me verdrietig. Natuurlijk moet je de aanbidding in de gemeente serieus nemen. Natuurlijk moeten mensen eerste eens een tijdje meedraaien alvorens ze een taak gaan vervullen. Maar toch…”
Dit doet pijn. Waar staan wij dan? Omdat ik de laatste weken toch al loop na te denken over ‘aanbidding in de gemeente’ en me afvraag hóe dan, en waaróm dan, en welke rol ik daar (nog) in heb. Omdat ik dit hele verhaal niet eens kénde, en niet eens wéét om wie het gaat. Hoe kan het dat ik deze vrouw niet kénde?! Omdat Augustinus het al zei: een kerk is niet voor heiligen, een kerk is een ziekenhuis, voor gebrokenen die herstel nodig hebben. En wij leggen de lat te hoog.
Dan spreek ik het schrijver van bovenstaande niet na, als hij zegt dat het christelijk reservaat ‘zo heerlijk warm’ is. We slaan elkaar de hersens in over staan of zitten, knielen of profetisch zingen en of iemand die rookt wel mee mag doen… maar vergeten te kijken met de ogen van Jezus naar de mensen om ons heen.
O wat snap ik je reactie goed! Je boosheid, je frustraties, het gekibbel om niks, de veel te hoge lat…
Zelf maar gewoon jezelf blijven, en door blijven gaan. Al is er maar één die eens een keer tegen je zegt: jouw ogen zijn precies de ogen van je Vader Én blijven zingen: Ik heb jou lief met de liefde van de Heer, want ik zie in jou de grootheid van Zijn naam. Ik heb je lief met de liefde van de Heer.
Dank je Ettje…